Zelfbeheersing bij autistische kinderen

Autistische kinderen kunnen soms moeite hebben met zelfbeheersing. Toch is deze zelfbeheersing zeker door de ouders en leraren samen met het kind te oefenen. Door een goed beloningssysteem toe te passen zal het autistische kind ook sneller met de oefening bezig zijn buiten de trainingsuren om.

Veel autistische kinderen hebben moeite zichzelf te beheersen. Zij hebben soms gevaarlijke gewoonten, zoals het agressief uitvallen tegen anderen of zichzelf pijn doen. Bijvoorbeeld door expres met hun hoofd tegen de muur aan te stoten. Om deze en andere gevaarlijke gewoonten tegen te gaan kunnen ouders en leraren ervoor kiezen om het kind een vorm van zelfbeheersing te leren. Het kind de controle over zichzelf geven kan de sleutel zijn voor het bewaren van de zelfbeheersing tijdens gewelddadige situaties en kan als een positieve stap worden gezien om andere goede gewoonten te leren.

 

Zelfbeheersing en "anger management" werken omdat het kind niet meer wordt bestuurd of beïnvloed door anderen. Door de training te doen tijdens specifieke momenten op de dag, zoals op school en tijdens therapie, is de kans groter dat het kind ook buiten deze momenten zichzelf beter gaat beheersen. De sleutel is om een plan te ontwikkelen waarin het kind zijn of haar eigen gedrag en activiteiten onder de loep legt. Begin met korte tussenpozen. Laat het kind elke tien of vijftien minuten weten dat hij of zij de controle over zichzelf heeft en dat het belangrijk is zowel het goede en kwade gedrag in ogenschouw te nemen.

 

Dit monitoren van het eigen gedrag is een vorm van zelfevaluatie. Wanneer een kind de controle over zichzelf heeft denkt hij of zij meer na over gedrag in het verleden en in het heden. Zet duidelijke doelen samen met het kind. Bijvoorbeeld een middag per week zonder agressie tegenover anderen. Of een schooldag in de week waarbij het kind zichzelf geen pijn doet. Vraag elke tien of vijftien minuten aan het kind hoe het gaat en hoe of zij zich erbij voelt. Wordt het vooraf bepaalde doel bereikt? Als het antwoord nee is, dan is het kind mogelijk nog niet klaar met de training zelfbeheersing of liggen de doelen misschien te hoog. Het is daarom altijd belangrijk om in het begin gemakkelijke doelen te stellen. Voor wat moeilijker te behalen doelen kan altijd nog worden geoefend. Wanneer het kind zichzelf goed door een vergrootglas weet te bekijken, begint het kind een meer positieve houding tegenover de oefening te krijgen.

 

 

Belonen

Natuurlijk hoort er ook een beloningssysteem bij de cursus zelfbeheersing. Laat het kind zelf zijn of haar beloning uitkiezen, zodat u ook zeker weet dat het kind blij is met de beloning. Deze beloning hoeft natuurlijk niet uit materiële zaken te bestaan. Een glimlach als een beloning kan voor veel autistische kinderen al genoeg zijn. Na meerdere beloningen met een glimlach, kun je speelgoed kopen voor het kind. Of samen een leuke activiteit doen.

 

Een beloningssysteem zorgt ervoor dat het kind zich ook goed blijft gedragen terwijl het kind eigenlijk niet expliciet met de oefening van zelfbeheersing bezig is.