Wat is smetvrees?

Smetvrees is een psychische aandoening waarbij de patiënt een irrationele angst heeft om besmet te raken (obsessie) en om dit te voorkomen allerlei rituelen uitvoert (compulsie). Voorbeelden zijn voor de patiënt "besmette" objecten zoals trapleuningen en deurkrukken niet aanraken en het overmatig handen wassen en douchen.

 

Wat is smetvrees?

Smetvrees is een vorm van de psychische aandoening "obsessieve compulsieve stoornis" of kortweg OCS. Bij deze aandoening is er sprake van angstgedachten, zogenaamde obsessies, en dwanggedachten om deze angsten op te heffen, de zogenaamde compulsies. Een andere naam voor de obsessieve compulsieve stoornis is dwangneurose. De dwangneurose kan zich uiten in steeds tellen (woorden tellen, aantal treden van een trap tellen), intrusies (agressieve gedachten die niet bij de persoon passen maar toch angst veroorzaken - bijvoorbeeld de angst een dierbare van de trap te duwen), overmatig controleren of smetvrees. De kans is groot dat de persoon met smetvrees ook te maken heeft met de andere elementen van de obsessieve compulsieve stoornis, zoals tellen of overmatig controleren.

 

Bij smetvrees is de persoon bang om besmet te raken door aanraking van "besmette" objecten en daarom gaat de patiënt deze objecten ontwijken. Te denken valt aan trapleuningen en deurkrukken die vaak door anderen worden aangeraakt, of bestek dat door anderen wordt gebruikt. Een deur wordt bijvoorbeeld geopend door met de elleboog de deurkruk naar beneden te drukken, zodat de hand niet besmet kan raken. De patiënt kan eigen bestek meenemen omdat hij bang is besmet te raken door het bestek dat door anderen wordt gebruikt. Ook een hand geven kan lastig zijn. Omdat de patiënt de hand van iemand anders heeft aangeraakt, moet de hand worden gewassen.

 

De rituelen en schoonmaakactiviteiten bij smetvrees kunnen zeer invaliderend werken. Zo kan iemand een half uur lang onder de douche staan of tien minuten bezig zijn met het wassen van de handen.

 

 

Behandeling bij smetvrees

Smetvrees kan worden behandeld op twee manieren: medicijnen en therapie. Als medicijnen worden vaak benzodiazepines (angstremmers) voorgeschreven zoals diazepam en oxazepam. Wanneer er naast de smetvrees ook sprake is van een depressie (en die kan ook door de invaliderende werking van smetvrees veroorzaakt zijn), dan worden er antidepressiva voorgeschreven. Soms schrijft men antipsychotica voor zoals risperdal en zyprexa.

 

Het is echter zo dat wanneer er wordt gestopt met de medicijnen, de angstklachten kunnen terugkomen. Ze kunnen zelfs in zeer grotere mate terugkomen dan eerst. Daarom is het beter om een therapie te volgen die speciaal in het leven is geroepen voor het behandelen van angststoornissen: de "exposure met responspreventie". Bij deze therapie maakt de patiënt samen met de behandelaar een lijst van angstsituaties. Deze worden trapsgewijs in de lijst gezet: bovenaan komt de situatie die de minste spanning oproept (bijvoorbeeld een keer de handen niet wassen). Onderaan de situatie die de meeste spanning oproept (bijvoorbeeld trapleuningen en deurkrukken aanraken). Omdat de patiënt de situaties niet mag ontwijken en ook geen dwanghandelingen mag uitvoeren, raakt hij aan de situaties gewend. Zo wordt de behoefte om rituelen uit te voeren minder. De therapie wordt voortgezet totdat de smetvrees niet meer invaliderend werkt of totdat de patiënt weer een relatief normaal leven kan leiden.