De behandeling van smetvrees

Eén van de verschillende psychiatrische aandoeningen die bekend zijn is smetvrees. Bij deze aandoening is een patiënt bang om besmet te raken door aanraking van objecten of personen. Dwanghandelingen worden als gevolg daarvan uitgevoerd, zoals het vermijden van objecten die door veel mensen worden aangeraakt of het overdreven vaak wassen van de handen.

 

Smetvees: achtergrond

Smetvrees is een vorm van de psychiatrische aandoening OCD dat staat voor obsessive compulsive disorder. In het Nederlands wordt de aandoening ook wel OCS (obsessieve compulsieve stoornis) of dwangneurose genoemd. OCD komt voor in verschillende vormen, zoals teldwang, controledwang of smetvrees. Veel mensen hebben naast smetvrees ook last van andere vormen van dwang.

 

Smetvrees staat gecategoriseerd onder de angststoornissen en valt daar onder de obsessieve compulsieve stoornis. Naast dwanggedachten en -handelingen kan de patiënt ook klachten krijgen die bij andere angststoornissen horen. Iemand die zich bijvoorbeeld schaamt voor het in de publieke ruimte uitvoeren van dwanghandelingen, kan hierdoor ook pleinvrees of een sociale fobie ontwikkelen. Door de invaliderende werking die smetvrees heeft en het ontstaan van een sociaal isolement, kan zich ook een depressie ontwikkelen. Het is belangrijk dat er een behandeling door specialisten wordt aangeboden wanneer de smetvrees te invaliderend wordt.

 

Door de angst voor besmetting die bij smetvrees een rol speelt, wordt de ziekte regelmatig verward met hypochondrie. Hypochondrie is de angst om ernstig ziek te zijn. Bij hypochondrie kan de patiënt de ernst, duur en symptomen zeer nauwkeurig aangeven, maar kunnen artsen geen oorzaak vinden. Hypochondrie is iets anders dan smetvrees.

 

 

De symptomen van smetvrees

Kenmerkend voor smetvrees is de angst om besmet te raken door aanraking van objecten of andere mensen. Hoewel de meeste mensen de angst overdreven zullen vinden, lijkt de angst voor de patiënt zeer reëel. Vaak zal de patiënt dan ook na aanraking van een "besmet" object, zoals een trapleuning of deurkruk, de handen langdurig wassen. In veel gevallen wordt ook aanraking van "besmette" objecten of personen vermeden. Een trapleuning wordt bijvoorbeeld niet aangeraakt of men opent een deur met de ellebogen.

 

Wat bij smetvrees veel voorkomt is het langdurig of vaak douchen of het vaak wisselen van kleding. Er zijn gevallen bekend van patiënten die op geen enkele manier in hun werkkleding na werk willen lopen, omdat dit voor hun idee "vies" is. Vaak schaamt een patiënt zich voor de rituelen die bij smetvrees de kop opsteken, waardoor de patiënt het samen zijn met anderen kan gaan vermijden. Op dat moment kan de patiënt zijn gedachten niet meer toetsen met anderen waardoor deze verder in een sociaal isolement, en zodoende gevangen door de dwangrituelen, kan raken. Behandeling wordt dan cruciaal.

 

 

De behandeling van smetvrees

Men kan smetvrees op diverse manieren behandelen. Een behandelaar kan medicijnen voorschrijven en cognitieve gedragstherapie aanbieden. Cognitieve gedragstherapie laatste heeft over het algemeen de voorkeur, omdat er veel sprake is van terugval wanneer een patiënt medicijnen voorgeschreven krijgt en met het medicijnengebruik stopt.

 

De behandeling is het meest effectief wanneer er cognitieve gedragstherapie wordt gegeven. Bij deze behandeling leert de patiënt op een andere manier denken. Zo zijn er manieren om de bestaande gedachtegang "uit te dagen". De patiënt moet zich daarbij bijvoorbeeld afvragen hoe vaak hij of zij daadwerkelijk besmet is geraakt door de aanraking van een "besmet" object of persoon.

 

Exposure en responspreventie is een behandeling van smetvrees waarbij de gevreesde situaties ook daadwerkelijk moeten worden ondergaan door de patiënt. In eerste instantie wordt er een lijst opgesteld van situaties die angst oproepen. Het aanraken van een trapleuning of deurkruk, of bijvoorbeeld het gebruiken van bestek dat door iemand anders gebruikt is. Deze lijst wordt vervolgens gerangschikt naar de mate waarin de situaties angst of stress oproepen. De situatie die de minste angst oproept, en daardoor door de patiënt het gemakkelijkst is te ondergaan, wordt bovenaan gezet. De situatie die het meest gevreesd wordt, staat onderaan. Het is de bedoeling dat de patiënt de situaties ondergaat, maar zo dat de minst gevreesde situatie als eerst wordt ondergaan. De patiënt ondergaat een steeds lastigere situatie totdat ook de meest gevreesde situatie wordt ondergaan.

 

Het idee achter exposure en responspreventie is dat de patiënt gewend raakt aan de verschillende situaties en dat de angst en de bijbehorende dwanghandelingen verdwijnen.