Angststoornissen

Binnen de psychiatrie of pathopsychologie bestaat de categorie Angststoornissen. De diagnostiek en behandeling voor angststoornissen staan beschreven in het DSM-IV. DSM staat voor Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders. De huidige versie is IV, oftewel 4. Hieronder staan de verschillende angststoornissen met een beschrijving.

 

Het DSM

De verschillende psychische aandoeningen die vermeld staan in het DSM zijn verdeeld in verschillende categorieën. Zo bestaan er onder andere slaapstoornissen, stemmingsstoornissen, persoonlijkheidsstoornissen en zo ook angststoornissen.

 

 

Angststoornissen

Er bestaan verschillende angststoornissen. De angststoornissen kunnen in verschillende gradaties bij mensen aanwezig zijn. Ook is er soms sprake van comorbiditeit. Comorbiditeit betekent dat iemand twee of meerdere psychische aandoeningen heeft. Zo is de obsessieve-compulsieve stoornis soms het gevolg van Gilles de la Tourette, maar het kan ook het gevolg zijn van drugsgebruik.

 

 

Acute stressstoornis

Bij de acute stressstoornis is iemand blootgesteld aan een ernstige traumatische ervaring. De persoon beleeft de traumatische ervaring regelmatig opnieuw. Beelden, gedachten en dromen die betrekking op de traumatische gebeurtenis hebben keren regelmatig terug bij de persoon. Derealisatie, depersonalisatie en dissociatieve amnesie treden op. Derealisatie en depersonalisatie betekenen dat de persoon het gevoel heeft buiten de werkelijkheid te staan. Dissociatieve amnesie betekent dat de persoon zich belangrijke delen van het trauma niet meer voor de geest kan halen.

 

 

Agorafobie

Bij agorafobie heeft iemand last van straatvrees of pleinvlees. Het woord is afkomstig uit de Griekse taal. Agora betekent letterlijk vertaald markt en fobie betekent angst of vrees. Agorafobie kan voorkomen wanneer men een andere psychische aandoening heeft zoals de obsessieve-compulsieve stoornis, die ook wel dwangneurose wordt genoemd.

De persoon die agorafobie heeft kan na verloop van tijd in een sociaal isolement raken. Hij of zij trekt zich terug in een vertrouwde omgeving en heeft steeds minder contact met andere mensen. Wanneer bij agorafobie sprake is van paniekaanvallen wordt meestal de diagnose paniekstoornis gegeven.

 

 

Claustrofobie

Claustrofobie is de angst voor kleine ruimten. Ook kan de patiënt met claustrofobie de angst voelen bij het samenzijn met andere mensen. De patiënt is dan vooral bang om niet uit de groep of de ruimte weg te kunnen. In heel ernstige gevallen treden paniekaanvallen op of 'bevriest' men door de angst.

 

 

Gegeneraliseerde angststoornis

Bij de gegeneraliseerde angststoornis maakt iemand zich voortdurend zorgen over allerlei zaken. Vaak gaat het over zaken als werk, geld en gezondheid. Meestal ziet de persoon met een gegeneraliseerde angststoornis zijn bevestiging in allerlei gebeurtenissen en activiteiten (een gesprek op het werk, prestaties op school). Een gegeneraliseerde angststoornis kan zeer invaliderend zijn. Slaapproblemen, concentratieproblemen en een voortdurende vermoeidheid zijn het gevolg.

 

 

Hypochondrie

Hypochondrie is de angst voor ziekten. De symptonen van hypochondrie vallen meestal samen met een andere angststoornis. Officieel is hypochondrie in het DSM gecategoriseerd als angststoornis, maar als somatoforme stoornis. Dit is een categorie voor ziektebeelden met lichamelijke klachten waarvoor geen fysiologische oorzaak te vinden is.

 

 

Obsessieve-compulsieve stoornis

Bij de obsessieve-compulsieve stoornis is sprake van obsessies en compulsies. Obsessies zijn onrealistische gedachten die angst veroorzaken. Compulsies zijn dwanghandelingen om deze angst te neutraliseren. De obsessieve compulsieve stoornis wordt regelmatig dwangneurose genoemd.

Een obsessie kan bijvoorbeeld zijn dat een familielid of een vriend doodgaat. Deze gedachte veroorzaakt veel angst bij de patiënt. De patiënt kan zich niet van deze gedachte afzetten en belt zijn vriend om te kijken of deze nog leeft. Deze handeling wordt een compulsie genoemd. Op de korte termijn kan een compulsie rust geven, maar op de lange termijn wordt met het uitvoeren van compulsies de psychische aandoening in stand gehouden.

Praktijkvoorbeelden zijn namelijk de angst voor brand, waardoor elk elektrisch apparaat thuis herhaaldelijk wordt gecontroleerd. Het uitvoeren van de dwanghandelingen wordt daarmee een gewoonte. De dwanghandelingen gaan na een poosje steeds meer tijd kosten. In deze zin is de obsessieve-compulsieve stoornis zeer invaliderend.

Ook smetvrees is een vorm van de obsessieve-compulsieve stoornis. De angst om besmet te raken is hierbij de obsessie. Het steeds schoonmaken is de compulsie. De obsessieve-compulsieve stoornis kan samenvallen met andere angststoornissen, zoals agorafobie.

 

 

Paniekstoornis

De paniekstoornis werd vroeger verward met hyperventilatie. De paniek bij de paniekstoornis staat niet in verhouding met de realiteit. Dit veroorzaakt vervolgens een paniekaanval. Paniekaanvallen gaan altijd gepaard met een verhoogde hartslag, transpiratie, ademhalingsproblemen, misselijkheid en duizeligheid. Sommige mensen met een paniekstoornis voelen tijdens een paniekaanval ook een heftige druk op de borst.

 

 

Posttraumatische stressstoornis (PTSS)

De posttraumatische stressstoornis wordt ook wel PTSS genoemd. Iemand met deze aandoening heeft een levensgevaarlijke situatie meegemaakt en beleeft de gebeurtenis regelmatig opnieuw door middel van dromen of emoties. Het gaat vaak om levensgevaarlijke situaties waarin fysiek letsel is opgelopen of waar er sprake is van geweld of verkrachting.